5
Voorwaarts met hamer en beitel
Eeuwenlang werkten mijnwerkers met eenvoudig handgereedschap zoals hamer en beitel om zich een weg te banen door het harde gesteente. Vaak lukte het hen tijdens een hele dienst slechts enkele centimeters vooruit te komen. Het gekruiste gereedschap werd het symbool van de mijnbouw. Tot op de dag van vandaag staan ze voor het vakmanschap, de fysieke kracht en het uithoudingsvermogen die het werk diep onder de grond vereiste.
Meer weten:
Meer weten:
Eeuwenlang hadden mijnwerkers alleen eenvoudig gereedschap tot hun beschikking. Toch gebruikten ze dit met grote vaardigheid en efficiëntie. Het eigenlijke voortdrijvingswerk gebeurde met hamer en beitel. In de mijn Jeremias Glück lukte het de mijnwerkers met deze twee gereedschappen per dienst slechts drie tot tien centimeter gesteente af te breken.
Het gekruiste gereedschap – hamer en beitel – is tot op de dag van vandaag het bekendste symbool van de mijnbouw. Wie eens heeft gezien hoe moeizaam een stollen alleen met dit eenvoudige gereedschap in de rots werd gedreven, kan de enorme prestatie van de mijnwerkers inschatten.
Tijdens het werk zette de mijnwerker de punt van de beitel met één hand tegen het gesteente. Met de andere sloeg hij de hamer krachtig op de beitel om stuk voor stuk de rots los te maken. Tot wel 15 beitels nam een mijnwerker mee naar zijn dienst. Ze werden aan zijn schouderriem gedragen. Na het werk werden de bot geworden beitels naar de mijnsmederij gebracht, waar ze weer werden geslepen. Vaak bleven de hamer en een gebruikte beitel na afloop van de dienst in de mijn achter – als geluksbrenger voor de volgende werkdag.
Naast hamer en beitel werd ook de spitshouweel ingezet. Met zijn puntige snede was hij bijzonder geschikt voor het losmaken van zachtere gesteentelagen. Omdat bij het uithalen met het gereedschap veel bewegingsruimte nodig was, moesten de mijnwerkers steeds voldoende afstand tot elkaar houden om verwondingen te voorkomen.