11
Mineralen-Zoom
Bij dit station kun je enkele mineralen die in de Feengrotten voorkomen van heel dichtbij bekijken. Draai aan het wiel om de afzonderlijke mineralen in verschillende vergrotingsstadia te ontdekken.
Meer informatie
Meer weten:
“Een mijnwerker zonder licht is een armzalig figuur.”
Zo luidt een oud Duits spreekwoord. Het vat perfect samen dat mijnbouw zonder verlichting simpelweg onmogelijk zou zijn. Sinds het begin van de mijnbouw hebben technische ontwikkelingen gedurende vele eeuwen de manier waarop licht ondergronds werd geproduceerd en gebruikt, voortdurend verbeterd.
De eerste kunstmatige lichtbron in de steen- en bronstijd was de dennenfakkel – een harsrijk stuk hout dat fel brandde. In de oudheid werden olielampen van klei gemaakt, die meestal werden gevuld met dierlijk vet, voornamelijk rundertalg.
In de middeleeuwen ontstonden lampen zoals die ook in de mijn Jeremias Glück werden gebruikt. Deze open of gesloten mijnlampen waren gemaakt van klei, messing of ijzer. Als brandstof diende talg of olie, gewonnen uit de zaden van raapzaad – een plant verwant aan koolzaad.
De mijnlampen waren voorzien van een stevige haak. Hiermee konden de mijnwerkers hun lamp aan de mijnbouwconstructie of aan hun kleding bevestigen. Zo bleven beide handen vrij om veilig in de tunnels en schachten te kunnen werken.