2

Stormachtige winden in de mijn

Frisse lucht was van levensbelang voor de mijnwerkers – zowel om te ademen als voor het branden van hun mijnlampen. Om de ventilatie ondergronds te verbeteren, werden schachten aangelegd en eenvoudige ventilatiesystemen ingezet. Kanaries dienden daarbij als levende waarschuwingssystemen: ze reageerden bijzonder gevoelig op gevaarlijke mijngassen en waarschuwden de mijnwerkers zo vroegtijdig voor dreigend gevaar.

Meer weten:

Veel ongevallen en mijnrampen in de middeleeuwen waren te wijten aan onvoldoende ventilatie. Daarom werden er steeds nieuwe voorzieningen ontwikkeld om de lucht ondergronds te verbeteren. Een daarvan was de blaasbalg: hiermee werd verbruikte lucht uit de mijnruimtes afgezogen en tegelijkertijd frisse lucht in de mijn geblazen. Afhankelijk van de grootte werd deze met de hand, met paardenkracht of door waterraderen aangedreven.

Al ongeveer 400 jaar geleden werd in het gebied van de huidige Feengrotten intensief aluinschalie gewonnen. Vermoedelijk leidde de zoektocht naar waardevolle ertsen tot de toevallige ontdekking van een begeerde grondstof – de zwarte aluinschalie. Voor de moeizame winning diep in de berg waren licht en frisse lucht onmisbaar.

Frisse lucht was van levensbelang voor de mijnwerkers: ze hadden het nodig om te ademen en zodat hun mijnlampen konden branden. Verbruikte, zuurstofarme lucht werd ‘dode lucht’ genoemd. Als deze nog maar weinig zuurstof en veel koolstofdioxide bevatte, sprak men van ‘verstikkende lucht’, die levensgevaarlijk kon zijn. Daarbij kwamen giftige of explosieve mijngassen, die zo snel mogelijk uit de mijn moesten worden afgevoerd.

Twee schachten zorgden ervoor dat frisse lucht van het oppervlak in de mijn terechtkwam. Ondergronds waren ze met elkaar verbonden. Bovendien verdeelden verticale luchtkanalen bij de ingang van de galerij de frisse lucht in de mijnruimtes. Net als in een bovengronds gebouw ontstaan ook in de mijn natuurlijke luchtstromen door temperatuur- en luchtdrukverschillen. De tocht kunt u hier in de mijn duidelijk voelen.

Om te controleren of er voldoende frisse lucht aanwezig was, namen mijnwerkers vaak kanaries of kleine dieren zoals muizen mee ondergronds. Als een dier ongewoon stil of roerloos werd, was dat een waarschuwing: de lucht was gevaarlijk geworden en moest zo snel mogelijk worden vervangen door frisse ventilatie.

Deze site is geregistreerd op wpml.org als een ontwikkelingssite. Schakel over naar een productiesite sleutel om remove this banner.