9

Stenen op weg naar het licht

In de mijnbouw werd elke verplaatsing ondergronds “rijden” genoemd. Nadat het erts was gewonnen, moest het met behulp van ladders, eenvoudige transportmiddelen en in sommige gevallen zelfs door jonge dragers naar de oppervlakte worden gebracht. Het transport van het erts was daarmee een van de grootste uitdagingen van de vroege mijnbouw.

Meer weten:

In de taal van de mijnwerkers wordt elke verplaatsing ondergronds – zelfs het lopen – “rijden” genoemd. De mijnwerker “rijdt” dus ook als hij te voet onderweg is. Had hij het begeerde erts gevonden en uit het gesteente gehaald, dan moest het vervolgens naar het daglicht worden gebracht.

Sinds het begin van de mijnbouw dienden ladders en uit boomstammen vervaardigde trappen om de verschillende verdiepingen van een mijn met elkaar te verbinden. Naast de waterhuishouding vormde vooral het transport van het gesteente de grootste technische uitdaging.

Reeds aan het begin van de 12e eeuw werden haspels gebruikt. Houten transportvaten, bevestigd aan een touw, werden bewogen door het touw op en af te wikkelen rond een horizontaal gelagerde houten as. De haspel werd bediend door een speciaal daarvoor aangestelde haspelknecht, die het erts telkens van de ene mijnverdieping naar de volgende hogere verdieping transporteerde. Soms namen ook jongens het transport voor hun rekening: zij droegen het erts op metalen platen of in slangvormige leren zakken naar de oppervlakte.

Deze site is geregistreerd op wpml.org als een ontwikkelingssite. Schakel over naar een productiesite sleutel om remove this banner.