18
Roosteren en Koken
Eeuwenlang behoorde aluin tot de meest waardevolle grondstoffen van Europa. In de regio rond Saalfeld werd het gewonnen uit zwarte aluinschalie via een bewerkelijk proces. Ontdek hoe uit donker gesteente stralend witte kristallen ontstonden.
Meer informatie:
De winning van aluinschalie begon in de regio rond Saalfeld al rond het jaar 1550.
De productie van de fascinerende witte aluinkristallen uit zwarte aluinschalie was bewerkelijk en leverde vaak slechts geringe opbrengsten op. Tegenwoordig is aluin nauwelijks nog bekend. Gedurende vele eeuwen behoorde het echter tot de meest begeerde grondstoffen van Europa.
Al in de oudheid werd aluin gebruikt als vlamvertrager. De Romeinen waardeerden het bovendien als beitsmiddel, waarmee kleurstoffen blijvend in stoffen – zoals in hun toga’s – gefixeerd konden worden. Nog iets meer dan honderd jaar geleden was aluin in veel huishoudens en ambachtelijke bedrijven te vinden. In de papierproductie diende het lange tijd als belangrijke toevoeging. Sinds de middeleeuwen was het vooral onmisbaar voor leerlooiers, die er geiten- en schapenleer mee houdbaar en soepel maakten. Ook in de geneeskunde speelde aluin een belangrijke rol: het werd onder andere gebruikt voor de behandeling van huid- en darmaandoeningen en om bloedingen te stelpen.
Aluin is weliswaar een mineraal, maar komt in de natuur slechts zelden in zuivere vorm voor. Voordat in de middeleeuwen in Europa aluinschalie werd gewonnen, kwam de begeerde grondstof uit het Midden-Oosten, uit Egypte en uit Constantinopel. Daar won men het uit aluinsteen, ook aluniet genoemd.
Na de verovering van Constantinopel door de Ottomanen in het jaar 1453 kwamen de handelsroutes in het oostelijke Middellandse Zeegebied onder Turkse controle. Daardoor steeg de aluinprijs in Europa sprongsgewijs. Slechts enkele jaren later ontdekte men echter bij Tolfa nabij Rome grote alunietvoorraden in de toenmalige Kerkelijke Staat.
De paus erkende al snel de economische waarde van deze grondstof. Tot 1510 bezat de Kerkelijke Staat praktisch een monopolie op de aluinproductie. De aankoop van aluin uit door moslims beheerste gebieden was verboden, omdat dit als steun aan de tegenstander werd beschouwd. Wie zich daar niets van aantrok, moest zelfs rekening houden met excommunicatie.
Des te belangrijker was de ontdekking dat aluin ook uit zwarte aluinschalie gewonnen kon worden. De productie verliep in meerdere stappen: roosteren, uitlogen en kristalliseren. Ondanks de grote inspanning waren de opbrengsten vaak gering, zodat veel aluinwerken al na enkele jaren weer werden opgegeven.
Witte kristallen uit zwart gesteente
Eerst werden de verkleinde aluinschalie en grote hoeveelheden hout tot machtige hopen opgestapeld en aangestoken. Deze gecontroleerde smeulbrand vereiste veel zuurstof, maar moest langzaam en gelijkmatig verlopen. Daarvoor was de ervaring van een zogenaamde roostmeester onmisbaar.
Na het roosteren werd het materiaal met water bevochtigd en gedurende langere tijd aan de weersomstandigheden blootgesteld.
Vervolgens loste men de in het gesteente aanwezige zouten op door het materiaal in grote houten kuipen met water uit te logen. Pas bij deze werkstap ontstond het begeerde aluin. De verkregen oplossing werd vervolgens naar het kookhuis gebracht.
Daar kookte men deze in grote loden pannen boven open vuur in. Dit proces werd meerdere keren herhaald, zodat de aluinoplossing steeds verder geconcentreerd werd.
Tot slot hing men staven of touwen in de hete vloeistof. Daaraan vormden zich geleidelijk de witte aluinkristallen. Na het drogen werden ze in aardewerken of houten containers opgeslagen en vervolgens getransporteerd.